Wet werk en zekerheid: flexibele arbeid
Terug naar Wetten en regelgevingDe Wet werk en zekerheid regelt de balans tussen flexibele arbeid en vaste contracten, inclusief de ketenregeling en transitievergoeding.
- Bron
- Rijksoverheid
- Inwerkingtreding
- Gewijzigd per 1 januari 2026
- Geldt voor
- Werkgevers met personeel
De Wet werk en zekerheid bepaalt hoeveel tijdelijke contracten u achter elkaar mag geven voordat u een vast contract moet aanbieden. U mag maximaal drie tijdelijke contracten geven in een periode van drie jaar. Daarna ontstaat automatisch een vast dienstverband. Een keten wordt pas doorbroken na een onderbreking van meer dan zes maanden.
Bij het beëindigen van een arbeidsovereenkomst bent u in de meeste gevallen een transitievergoeding verschuldigd. Deze vergoeding bedraagt een derde maandsalaris per gewerkt jaar. De werknemer heeft hier recht op vanaf de eerste werkdag, ook bij een tijdelijk contract dat niet wordt verlengd.
Als u een werknemer wilt ontslaan, moet u een geldige reden hebben en de juiste procedure volgen. Afhankelijk van de reden vraagt u toestemming aan het UWV of ontbinding bij de kantonrechter. Het niet volgen van de juiste procedure kan leiden tot een extra vergoeding aan de werknemer.